Vaarwel

Mistroostig k├Ękwoetten de meerkoeten in de ochtendschemer achter de patrijspoort. Nooit meer tandenpoetsen met dit uitzicht. Ze kuste haar lief, die nog in het vooronder lag te slapen; zachtjes, zodat hij niet wakker werd. De avond ervoor had ze al een paar nette schoenen in haar tas gestopt, voor op …